Praktijkvoorbeeld Park+Ride in Amsterdam

De gemeente Amsterdam ontwikkelde een uniek Park&Ride-concept (P+R), waarbij bezoekers hun auto voor een gunstig tarief op een P+R-terrein kunnen parkeren en vervolgens met het OV verder reizen naar het centrum. Voorwaarde is wel dat ze ook daadwerkelijk richting het centrum verder reizen.

Dat betekent dat de laatste check-in terug naar de auto verplicht moet plaatsvinden bij een OV-halte in het centrumgebied. De focus ligt daarmee vooral op de doelgroep bezoekers: dagjesmensen en toeristen.

Het project

Amsterdam heeft al lang Park&Ride-terreinen (P+R), maar met de laatste beleidswijzigingen in 2011 is het P+R-concept in de hoofdstad nu echt uniek en innovatief te noemen. De tariefstelling, het onderscheid tussen reizen en parkeren in en buiten de spits, is kenmerkend voor deze aanpak.

Een bezoeker betaalt vanaf 10 uur ’s ochtends €1 per 24 uur parkeren. Voor dat tijdstip is het tarief €8 per 24 uur. Vervolgens reist de bezoeker met het openbaar vervoer verder naar het centrum. Hiervoor kan de reiziger een eigen OV-chipkaart gebruiken of een P+R GVB-kaart kopen. Op de website kunnen bezoekers bekijken welke optie voor hun situatie goedkoper is.

Een bezoeker krijgt alleen korting op het parkeren als hij of zij werkelijk naar het centrum reist. Een ‘centrumcheck’ zorgt ervoor dat de reiziger alleen recht heeft op het voordelige P+R-tarief als de laatste check-in op de terugreis op een OV-halte in het centrum-gebied is geweest. Deze verschillende tarieven verlegde de focus van alle doelgroepen naar vooral bezoekers van het centrum van Amsterdam: dagjesmensen en toeristen. De P+R-terreinen zijn momenteel minder aantrekkelijk voor woon-werkverkeer.

Voor de nieuwe aanpak in het P+R-concept schafte Amsterdam nieuwe automaten aan voor de OV-kaartjes en voor de centrumcheck. De P+R-terreinen zelf waren al beschikbaar, dus hier zorgde het nieuwe beleid niet voor grote wijzigingen. P+R wordt gefinancierd vanuit het Stedelijk Mobiliteitsfonds. Meer over de effecten en de kosten van het aanleggen en uitbreiden van P+R-terreinen in het algemeen is te lezen in de factsheet Park+Ride.

Uitvoering

Aanleiding voor de inzet van P+R-terreinen was de parkeerdruk in het centrum en de verkeersdruk op piekmomenten, zoals met Pasen en Kerst. Een P+R-terrein kan ervoor zorgen dat bezoekers niet met de auto doorrijden tot het centrum, maar buiten het centrum parkeren en dan met het openbaar vervoer verder reizen.

Het doel van het project is samen te vatten onder de noemer ‘Wel de mensen, niet de auto’s’ en valt uiteen in de volgende subdoelstellingen:

  • minder mensen laten parkeren in het centrum, minder ruimtebeslag
  • minder ritjes naar het centrum
  • een goede parkeermogelijkheid bieden voor mensen die aangewezen zijn op reizen met de auto

Bij de aanleg en het beleid rondom P+R-locaties in Amsterdam zijn verschillende partijen betrokken. Rondom het openbaar vervoer werkt de gemeente bijvoorbeeld samen met GVB. Daarnaast zijn er vanuit de gemeente Amsterdam verschillende afdelingen bij betrokken, zoals gebiedsontwikkeling, ruimte en duurzaamheid, verkeer en openbare ruimte (communicatie), de vervoerregio Amsterdam en de afdeling parkeren. Bovendien vindt er samenwerking plaats met parkeerexploitanten, omdat niet alle P+R-locaties op gemeentelijke grond liggen.

De P+R-locaties in Amsterdam vormen een aanvulling op het parkeerbeleid in het centrum van Amsterdam en dragen bij aan de inzet voor een aantrekkelijke openbare ruimte, het voorkomen van files en het verbeteren van de luchtkwaliteit in de stad.

Resultaat

Per jaar maken ruim 1,3 miljoen bezoekers gebruik van één van de P+R-terreinen. Dat zijn 500.000 auto’s die parkeren en niet doorrijden naar het centrum. Een deel hiervan zou bij een hogere prijs voor het parkeren bij de P+R overigens de gehele rit per trein afleggen. Tijdens de piekbelasting staan er 3.000 parkeerders op de P+R-terreinen van Amsterdam. Dat staat gelijk aan het aantal ‘langparkeerders’ op straat in het centrum gedurende de piek. De invoering van de centrumcheck zorgde ervoor dat het oneigenlijk gebruik van de P+R-locaties tot een minimum is beperkt. Het aandeel frequente bezoekers (minstens 1 keer per week) daalde daarmee ook. Het aantal bezoekers met een toeristisch doeleinde groeide daarentegen.

Aandachtspunten bij inzet elders

In principe kan een P+R-locatie altijd werken, maar het is belangrijk om te kijken welk concept past bij de gemeente, welke doelgroepen voor ogen staan om op de P+R te parkeren en wat goede locaties zijn. Ook is P+R te koppelen aan tijdelijke werkzaamheden of evenementen, door middel van een flexibele inzet.

Er zijn verschillende aandachtspunten voor het inzetten van P+R-beleid:

  • P+R-locaties zijn geen doel op zich. Het is een flankerende mobiliteitsmanagementmaatregel. Een terrein aanleggen zonder iets te doen aan parkeren in het centrum of aan de toegankelijkheid van het centrum, vergroot alleen het parkeergebied.
  • Ga niet concurreren met het OV. Op het moment dat tarieven van P+R-locaties laag zijn, kan het aantrekkelijker zijn voor mensen om gewoon met de auto naar de P+R te gaan in plaats van de gehele reis met het OV te doen. Pas dus op met bodemprijzen en blijf het gebruik van P+R goed monitoren.
  • P+R-locaties in Amsterdam worden goed gewaardeerd, maar gebruikers weten vaak niet goed hoe het parkeren op een P+R werkt en hoe ze vervolgens van het OV gebruik kunnen maken. Ook zijn er vanuit gebruikers onduidelijkheden over de centrumcheck. Goede communicatie is een vereiste.
  • Ga flexibel om met het concept van P+R-locaties. Het gebruik van P+R is ook afhankelijk van grondprijzen, de drukte van bepaalde locaties en het mobiliteitsnetwerk. Blijf monitoren of je de locaties van de P+R wilt behouden, uitbreiden of juist verplaatsen als gevolg van de ontwikkelingen op het mobiliteitsnetwerk.
  • Het is essentieel om na te denken over het implementeren van centrumchecks, omdat anders mensen buiten de beoogde doelgroepen de P+R-terreinen gaan gebruiken. Duidelijke communicatie is bij de nieuwe P+R-aanpak belangrijker geworden. Veel informatie is op internet te vinden en op de P+R-terreinen zelf, in verschillende talen. Op de website van de gemeente Amsterdam zijn bijvoorbeeld vol/vrij meldingen van de P+R-locaties zichtbaar. Zo kunnen reizigers online zien of er nog parkeerplaatsen op de P+R beschikbaar zijn. Dit zijn voorbeelden van de aandacht die wordt besteed aan communicatie ‘achter de slagboom’.