Managementsamenvatting

De Routeradar Duurzame Energie in Mobiliteit (Routeradar DEM) presenteert feitelijke informatie met betrekking tot de introductie en marktopschaling van verschillende hernieuwbare energiedragers en vervoermiddelen, inclusief de benodigde tank-/laadinfrastructuur in het mobiliteitssysteem1.

Wegvervoer

Conventionele brandstoffen domineren nog steeds de markten voor alle wegvervoersegmenten. Zo zijn diesel, benzine en LPG verantwoordelijk voor circa 97% van de energiedragers (in PJ). Hiermee blijft de vraag naar hernieuwbare energiedragers in wegvervoer vooralsnog achter bij de Klimaatakkoord- en sectordoelstellingen.

Het aantal elektrische voertuigen is sterk in opmars. In 2020 was 20,5% van de nieuw verkochte auto’s volledig elektrische en was 4,3% van de nieuw verkochte personenauto’s plug-in hybride [RVO, 2020]. Ook in andere marktsegmenten is een groei van elektrische voertuigen zichtbaar. De benodigde laadinfrastructuur in Nederland ontwikkelt zich op een vergelijkbare manier. Kanttekening: de beschikbaarheid van groene elektriciteit blijft achter bij de Europese doelstellingen volgens de RED II.

Het aantal waterstofauto’s in Nederland is nog klein en groeit minder hard dan batterij-elektrisch. In 2020 is het aantal waterstofauto’s gegroeid naar 365 stuks (van 209 in 2019). Ook rijden er een paar bestelauto’s en vrachtwagens op waterstof, veelal gesubsidieerd op projectbasis. Logischerwijs is het aantal waterstoftankstations in Nederland ook nog klein: momenteel (april 2021) zijn er 8 publieke locaties waar waterstof getankt kan worden. De industrieel geproduceerde waterstof is praktisch altijd fossiel (grijs). De huidige H2-tankstations leveren echter overwegend groene waterstof middels groencertificaten.

In alle marktsegmenten van het wegverkeer (met uitzondering van bussen) zijn brandstoffen gebaseerd op aardgas – zoals CNG en LNG – voorzichtig in opmars. Ten opzichte van de hele vloot blijft het aantal CNG- en LNG-voertuigen echter klein.

Binnenvaart

De meeste binnenvaartschepen in Nederland varen op dit moment op diesel. Daarnaast wordt er geëxperimenteerd met biodiesel blends bij enkele tientallen schepen. Verder ontplooien scheepseigenaren en de toeleveringsindustrie voorzichtig initiatieven met elektrisch varen (met accu’s) en waterstof (met fuel-cell aandrijving). Bovendien varen er al tien schepen op LNG die op termijn kunnen overschakelen op bio-LNG (blend).

Hoewel bovenstaande initiatieven aantonen dat er binnen de Nederlandse binnenvaartsector serieuze belangstelling voor duurzame energiedragers is, zijn de toepassingen vooralsnog beperkt en gaat de implementatie langzaam. Diverse technologische, infrastructurele en financiële obstakels liggen hieraan ten grondslag. Bovendien ontbreken er concrete (overheids-)instrumenten om grootschalige marktintroductie van energiedragers in de binnenvaart te stimuleren. Ook zijn er relatief weinig concrete doelstellingen voor duurzame energiedragers in de binnenvaart.

Mobiele werktuigen

Mobiele werktuigen gebruiken voornamelijk diesel als brandstof. Benzine wordt maar in beperkte mate gebruikt, vooral bij kleine machines in de consumentensector. De afzet en het gebruik van elektriciteit, waterstof, aardgas en/of biobrandstoffen is op dit moment nog zeer beperkt, met uitzondering van kleine machines die voornamelijk door consumenten worden gebruikt, bijvoorbeeld bladblazers en kettingzagen. Wel zijn er enkele nationale en internationale projecten en pilots gericht op onderzoek en ontwikkeling.

Naast het wegverkeer vormen mobiele werktuigen een belangrijke emissiebron van broeikasgassen (ruim 3 Mton CO₂-equivalenten). Mobiele werktuigen zijn goed voor circa 10 % van de totale uitstoot van de sector mobiliteit. De CO2-uitstoot van mobiele werktuigen gaat naar verwachting de komende jaren afnemen met circa 1% per jaar tot 2030. Dit komt voornamelijk door Europese emissiewetgeving en de verjonging van het machinepark. Internationaal gezien is dit vergelijkbaar met andere landen.

Elektrificatie en biobrandstoffen zijn de voornaamste opties voor mobiele werktuigen qua duurzame energiedragers. De toepassing van gas wordt zover bekend niet verder onderzocht. Het gebruik van waterstof voor pallettrucks wordt getest. Internationaal is de toepassing van waterstof in heftrucks binnen afgesloten ruimtes (magazijnen, en dergelijke) in opmars

Realisaties ten opzichte van de doelstellingen (streefwaarden)

De inzet van hernieuwbare energie in vervoer is momenteel wettelijk verplicht in Nederland. In 2020 moest 16,4 procent (inclusief dubbeltellingen) van alle energie voor vervoer afkomstig zijn uit hernieuwbare bronnen. Momenteel is regelgeving in voorbereiding die beoogt de verplichting voor hernieuwbare energie in vervoer te laten oplopen tot 27,1 procent in 20302. De realisaties van subdoelstelling van de RED II en de fysieke afzet van hernieuwbare brandstoffen voor de modaliteiten; zeevaart, binnenvaart en wegverkeer zijn gepresenteerd in onderstaande tabel.

tabel 1: Realisatie van fysieke afzet hernieuwbare energiedragers in 20203 [NEa, 2021]

Hernieuwbare energiedrager

Meetwaarden (PJ) – fysieke energie inhoud

Percentage exclusief inzet binnenvaart exclusief inzet zeevaart (tov Weg/overig totale plas 398 PJ)

Percentage inclusief inzet binnenvaart exclusief zeevaart (tov Weg/overig totale plas 398 PJ)

Percentage inclusief inzet binnenvaart  inclusief inzet zeevaart (tov Weg/overig  totale plas 398 PJ)

Weg-vervoer4

Binnenvaart

Zee-vaart

2020

2020

2020

1.Voedsel en voedergewassen

6,7

0,0

0,0

1,7%

1,7%

1,7%

2. Annex IXA5

4,7

0,0

0,5

1,2%

1,2%

1,3%

3. Annex IXB

14,2

0,4

9,0

3,6%

3,7%

5,9%

4. Aandeel overig (inclusief H2 en EV hernieuwbaar)

0,9

0,0

0,0

0,2%

0,2%

0,2%

5. Totaal (V&V + Annex IXA+B + Elek + Overig)

26,5

0,4

9,6

6,6%

6,7%

9,1%

Tabel 2: Realisatie van berekende (inclusief dubbeltellingen) afzet hernieuwbare energiedragers in 2020 [NEa, 2021]

Hernieuwbare energiedrager

Meetwaarden (PJ) – fysieke energie inhoud

Percentage exclusief inzet binnenvaart exclusief inzet zeevaart (tov Weg/overig totale plas 398 PJ)

Percentage inclusief inzet binnenvaart exclusief zeevaart (tov Weg/overig totale plas 398 PJ)

Percentage inclusief inzet binnenvaart  inclusief inzet zeevaart

(tov Weg/overig  totale plas 398 PJ)

Weg-vervoer

Binnenvaart

Zee-vaart

2020

2020

2020

1.Voedsel en voedergewassen

6,7

0,0

0,0

1,7%

1,7%

1,7%

2. Annex IX A

9,4

0,1

1,1

2,4%

2,4%

2,6%

3. Annex IX B

28,3

0,8

18,0

7,1%

7,3%

11,8%

4. Aandeel overig (inclusief H2 en EV hernieuwbaar)

1,3

0,0

0,3%

0,3%

0,3%

5. Totaal (V&V + Annex IX A+B + Elek + Overig)

45,7

0,8

19,1

11,5%

11,7%

16,5%

Het klimaatakkoord uit 2019 kent meerdere streefwaarden voor verschillende modaliteiten. In onderstaande tabel zijn de streefwaarden en realisaties samengevat.

Tabel 3: Samenvatting doelstellingen en realisaties

Realisatie 2020

Doelstelling 2025

Doelstelling 2030

Bron doelstelling

ZE personenauto's

Nieuwverkoop

20,5%

-

100%

Klimaatakkoord 2019

Waterstof personenauto's

Aantallen

365

15.000

300.000

Klimaatakkoord 2019

ZE snorfietsen

Nieuwverkoop

15,3%

(2019)

100%

Klimaatakkoord 2019

ZE bromfietsen

Nieuwverkoop

14,2% (2019)

100%

Klimaatakkoord 2019

ZE bestelauto's

Aantallen

5.951

50.000

115.000

Klimaatakkoord 2019

ZE vrachtwagens

Aantallen

212

5.000

10.000

Klimaatakkoord 2019

Waterstof vrachtwagens

Aantallen

9

3.000

-

Klimaatakkoord 2019

ZE (lijn)bussen

Nieuwverkoop

1.212

(aantal)

100%

5.000

Klimaatakkoord 2019

Elektrische laadpunten

65.604

-

1.800.000*

Klimaatakkoord 2019

Waterstof vulpunten

7

50

-

Klimaatakkoord 2019

ZE binnenvaartschepen

0**

150

Green deal, zee, binnenvaart en haven 2019.

Inzet duurzame energiedragers

36,5 PJ

(Fysiek)

33 +27 PJ + (5PJ binnenvaart)

NEV 2017, + Klimaatakkoord + RED II

* Noot: 1,8 miljoen laadpunten is niet een directe harde streefwaarde, maar is een waarde afgeleid aan de hand van het aantal te verwachten elektrische voertuigen in 2030

** Noot: Er lopen wel experimenten met elektrische schepen, maar er wordt nog niet commercieel gevaren met volledig elektrische schepen

Emissies

Het globale beeld dat uit de vastgestelde realisaties in deze Routeradar naar voren komt, is dat de huidige vlootsamenstelling en energiemix leidt tot een jaarlijkse emissiereductie van 2,3 Mton CO2,TTW, 0,9 kton NOx,uitlaat en 10 ton PM10,uitlaat. De grootste CO2-reductie wordt gerealiseerd door de bijmenging van biobrandstoffen: 1,9 Mton. Elektrische voertuigen, met name personenauto’s, dragen verder bij aan een reductie van 0,3 Mton CO2,TTW. Ook voor NOx,uitlaat en PM10,uitlaat wordt de grootste besparing momenteel gerealiseerd door de elektrische personenauto’s in de vloot. De jaarlijkse CO2-reductie is daarmee groot, maar wordt over de periode tot 2030 voor een groot deel teniet gedaan door de sterke autonome groei van transport [KEV, 2019].

De Routeradar DEM emissiecijfers dienen scherp onderscheiden te worden van de formele emissiecijfers uit de Klimaat- en Energieverkenning (KEV), uitgevoerd door het PBL. De cijfers in deze Routeradar dienen uitsluitend om een indruk te geven van de relatieve bijdragen zoals die vanuit de verschillende modaliteiten en vervoerssegmenten gegeven worden en betreffen in feite grove inschattingen die niet geschikt zijn voor aggregatie of het vaststellen van landelijke of regionale beelden. Zo laten ze bijvoorbeeld zien wat het relatieve milieueffect is van 50 extra H2-bussen op de weg in Nederland.

Aanbevelingen6

Algemeen

Voor een aantal specifieke  categorieën vervoermiddelen en energiedragers binnen diverse modaliteiten zijn nog geen betrouwbare cijfers beschikbaar over aantallen en emissies. Het ministerie van IenW heeft voor een aantal van deze data-vragen onderzoek uitgezet en in het kader van de Routeradar DEM 2020 is een zo goed mogelijke inschatting gemaakt én daarnaast zijn ook de data leemtes geïdentificeerd. Aanbeveling is om dit als vertrekpunt te nemen om de resterende data leemtes op te vullen.

Binnenvaart

De huidige registratie van technische details van binnenvaart schepen is ontoereikend voor een exacte monitoring. Omdat schepen, zeker in verhouding tot bijvoorbeeld vrachtwagens, zeer lang meegaan worden motoren van schepen gedurende de levensduur geregeld vervangen. Daarnaast varen schepen die worden ingezet in de Nederlandse wateren niet altijd onder Nederlandse vlag. Ook dit bemoeilijkt een goede monitoring.

Wegvervoer logistiek

Voor wegvervoer is het momenteel nog lastig om reinigingsvoertuigen en doelgroepenvervoer goed te monitoren. Voertuigen die ingezet worden voor doelgroepenvervoer zijn bijvoorbeeld wel als taxi geregistreerd maar in de RDW database niet te onderscheiden van de “normale” straattaxi’s, wat exacte monitoring belemmert.

Met betrekking tot reinigingsvoertuigen

De groep reinigingsvoertuigen, voor het reinigen en onderhouden van openbare ruimtes, staat deels in de RDW database geregistreerd. In de RDW database zijn deze voertuigen gelabeld als reinigingsvoertuig, veegwagen, kolkenzuiger, vuilniswagen etc. De registratie is echter niet compleet. Gemeenten gebruiken ook (veel) veegwagens die niet op kenteken staan, en daardoor ook niet in de RDW database voorkomen. Ook worden behoorlijke aantallen tractoren ingezet, die voorzien worden van bepaalde hulpstukken om onderhouds- en reinigingstaken uit te voeren. Naast het ontbreken van betrouwbare informatie over aantallen, merken en modellen is ook behoefte aan meer informatie over de inzet en het praktijkverbruik en CO2 uitstoot van deze groep voertuigen. Denk hierbij aan het aantallen uren inzet als veegwagen of bij vuilniswagens aan het aandeel  vuilophalen en vuil samenpersen ten opzichte van het totaal aantal gereden kilometers. Vaak wordt dergelijke monitoring wel door de concessiehouders / wagenparkbeheerders uitgevoerd.

Nader onderzoek wordt aanbevolen om de reinigingsvoertuigen beter in kaart te brengen. Gedacht kan worden aan uitbreiding van de registratieplicht, of samenwerking met gemeenten en/of concessiehouders die lijsten met voertuigen en bijbehorende voertuigkenmerken en inzet en verbruikscijfers aanleveren.

Mobiele werktuigen (NRMM)

Er is op dit moment beperkt zicht op de omvang en samenstelling van de groep ‘Non-road mobile machinery/ NRMM’. De aantallen, inzet en draaiuren, leeftijd (of indien bekend beter nog Stage-klassen) en verdeling van machinetypes zijn alleen bij benadering bekend. Onlangs is er een registratieplicht ingevoerd voor machines die op de openbare weg kunnen rijden, dit zal een verbeterd zicht op deze NRMM  sector leveren. Toch zullen ook veel NRMM machines en voertuigen onder deze nieuwe registratieplicht nog niet geregistreerd hoeven worden.

Nader onderzoek wordt aanbevolen om deze groepen voertuigen beter in kaart te brengen. Hierbij kan gedacht worden aan het monitoren van de inzet van NRMM, bij een deel van de modernere machines kan dit tegenwoordig op afstand. Ook kan gedacht worden aan uitbreiding van de registratieplicht, zodat ook machines als pompen, generatoren en ook (grotere) voertuigen die niet op de openbare weg komen (snelheid< 6 km/h) ook geregistreerd moeten worden. Andere mogelijkheden zijn om alle nieuwverkoop te registreren, of bijvoorbeeld (bouw)bedrijven gegevens te laten aanleveren van hun NRMM voertuigen en machinepark.

Hernieuwbare energiedragers

Op dit moment is het niet mogelijk om de precieze bestemming van hernieuwbare energiedragers te volgen. Alleen de totaal afgezette hoeveelheden aan een beperkt aantal hoofdcategorieën binnen de Nederlandse markt kunnen in kaart worden gebracht.

Hierdoor is de onderverdeling beperkt tot luchtvaart, zeevaart, binnenvaart en wegverkeer (inclusief mobiele werktuigen). Onderscheid in het monitoren van de inzet van hernieuwbare brandstoffen voor specifieke segmenten binnen het wegverkeer of apart voor NRMM is hierdoor momenteel  niet mogelijk. Zie voor aanbevelingen om meer zicht te krijgen op NRMM categorieën de aanbevelingen hierboven.

1Deze managementsamenvatting (inclusief beleidsadvisering) is onder verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat opgesteld.

2Overheid.nl | Consultatie RED II besluit energie vervoer kalenderjaren 2022 2030 (internetconsultatie.nl)

3Percentages zijn gegeven ten opzichte van een totale plas van 398 PJ. De totale plas is het brandstofaandeel waarop de jaarverplichting voor bijmengen van biobrandstoffen rust. De totale plas is in 2020 circa 15% kleiner  dan een jaar eerder, dit effect is waarschijnlijk toe te schrijven aan de coronacrisis.

4Hieronder vielen in 2020 de volgende modaliteiten: wegvoertuigen, spoorvoertuigen, mobiele werktuigen, landbouwvoertuigen en bosbouwmachines, plus pleziervaart (niet op zee) [NEA 2021].

5Annex IX A bevatten onder andere Cellulose- en lignocellulosehoudende grondstoffen uit niet-voedselgewassen, grondstoffen voor biosgasproductie en oliehoudende grondstoffen, Annex IX B bevat onder andere gebruikte frituurolien- en vetten, dierlijke vetten.

6Deze aanbevelingen zijn onder verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat opgesteld.